Koolstofboeren bij Windpark Krammer

De ruim 5.000 leden van Coöperatie Zeeuwind en Coöperatie Deltawind hebben de 34 windturbines van Windpark Krammer mogelijk gemaakt. Windpark Krammer is echter van en voor de regio. Dat betekent dat de omgeving meeprofiteert van het windpark, bijvoorbeeld via obligaties of het windfonds. Daarnaast gebruikt Windpark Krammer een deel van haar opbrengst om een pilot van koolstofbinding met lokale agrariërs in de praktijk uit te werken en te testen. De komende vijf jaar ontvangen agrariërs per ton opgeslagen CO2 een financiële vergoeding. Hierdoor kan in vijf jaar tijd ruim 1.750 ton CO2 worden vastgelegd.

Hoe werkt de pilot koolstofbinding?
Bij de groei van gewassen wordt CO2 via fotosynthese omgezet in zuurstof en biomassa. Het gewas wordt geoogst en gaat de voedselketen in, het blad en de wortels blijven achter op het land. Als boer kun je maatregelen nemen waarmee de opgeslagen koolstof wordt omgezet in een langere, stabielere koolstofketen. Het wordt daarmee permanent opgeslagen in de bodem. Een biologisch en langzaam proces wat kennis en investeringen van de agrariër vraagt. Zeeuwind is samen met ZLTO en een werkgroep van zes agrariërs, rondom Windpark Krammer, aan de slag gegaan. Op basis van wetenschappelijke onderzoeken is een set aan maatregelen gekozen, waarmee een agrariër CO2 uit de atmosfeer permanent opslaat in zijn bodem. Naast een vermindering van CO2, wordt ook de bodemkwaliteit en het watervasthoudend vermogen verbeterd. 

De pilot start in 2020 en duurt vijf jaar. In die tijd gaat een groep agrariërs minimaal twee ondergrondse maatregelen en een bovengrondse maatregel uitvoeren, met als doel dat iedere deelnemer elk jaar 30 tot 50 ton CO2 opslaat. De agrariërs krijgen 70% jaarlijks naar inspanning uitbetaald en 30% na afloop, op basis van de daadwerkelijk opgeslagen hoeveelheid CO2. Hiervoor vindt zowel een 0-meting als een eindmeting plaats. 

De voordelen voor agrariërs
Naast de financiële stimulans, dragen agrariërs hun steentje bij aan het tegengaan van klimaatverandering. Maar net zo van belang voor agrariërs, is dat de maatregelen de bodemkwaliteit verhogen en ervoor zorgen dat de bodem meer water kan vasthouden in tijden van droogte. Hieronder twee agrariërs uit de werkgroep aan het woord.

Koolstofboeren

Wim van Nieuwenhuijzen heeft samen met zijn vrouw Wendy en hun vier kinderen een akkerbouwbedrijf in Sint Philipsland. Ze verbouwen voornamelijk suikerbieten, aardappelen, graszaad, uien en tarwe. Ook hebben Wim en Wendy vrije-uitloopkippen, die met hun eigen tarwe gevoerd worden. Duurzaamheid is belangrijk voor hen en daarom liggen er 800 zonnepanelen op het eigen dak. Daarmee wordt ruimschoots in de eigen energievoorziening voorzien. 

Wim: “Ik vond het heel interessant om mee te denken hoe we een plan op papier naar de praktijk kunnen brengen. Er wordt al jaren gesproken over een verdienmodel voor koolstofvastlegging en ik doe graag mee met de eerste groep. Naast de duurzame kant, vind ik het ook van groot belang dat mijn grond vruchtbaarder wordt.

Onze woning ligt op iets meer dan 1 km van Windpark Krammer. Alhoewel ik niet kan zeggen dat het uitzicht er veel mooier op geworden is, kan ik ook niet zeggen dat ik me eraan stoor. Ik ben er al aan gewend en hoor er niets van. Wind en zon zijn nu eenmaal nodig om te verduurzamen. Ik heb het als heel prettig ervaren dat Windpark Krammer zich bewust is van de ingrijpendheid van dit windpark voor de omgeving. En ik vind dat men het heel netjes met de omgeving heeft geregeld.

Ik ben nog aan het bekijken welke maatregelen voor mij mogelijk zijn, zodat ik de meeste CO2 vastleg in de grond. Mijn kippen lopen al op permanent gras. In de pilot zal ik daarnaast stro hakselen en laten liggen en zal ik niet kerende grondbewerking en groenbemesters daaraan toevoegen. Door de bijdrage van Windpark Krammer, is het nu mogelijk om in de praktijk te gaan testen. En via metingen gaan we ook daadwerkelijk zien in hoeverre de organische stof toeneemt. Tegelijkertijd moeten we ook scherp zijn op het feit dat bodembewerking ook altijd zorgt voor CO2-verlies. Daarom moeten we zorgen dat we meer dan voldoende CO2 opnemen.”

Jan de Wilde

Jan de Wilde heeft samen met zijn vrouw een familiebedrijf in Sint Maartensdijk, waar aardappelen, uien, tarwe, graszaad, cichorei en suikerbieten verbouwd worden. Ook werkt Jan samen met een collega-agrariër, zodat ze samen machines kunnen inkopen en deze rendabeler kunnen inzetten. Duurzaamheid is van belang bij de toepassing van gewasbescherming. Restvloeistoffen worden zoveel mogelijk voorkomen en zodanig verwerkt dat ze niet in het oppervlaktewater komen. Daarnaast voorziet Jan in zijn eigen energie via zonnepanelen.

Jan: “Via ZLTO ben ik betrokken geraakt bij de werkgroep hierover. De samenwerking tussen ZLTO en Zeeuwind zorgde voor de benodigde financiële stimulans. Voor agrariërs is de bodem ons kapitaal. We proberen daar zo goed mogelijk voor te zorgen door de hoeveelheid organische stof op peil te houden. De overheid zorgt de laatste jaren steeds vaker voor beperkingen op het gebruik van mineralen, waardoor we op andere wijze mineralen moeten toevoegen of vasthouden. Een manier is het verhogen van het gehalte organische stof. Gewassen nemen tijdens hun groei CO2 op. Deze CO2 houden we vast als we de gewassen onderploegen. Maar bij het ploegen in het volgende jaar komt deze CO2 weer vrij. Bij niet kerende grondbewerking blijft de organische stof op peil of wordt dit zelfs vergroot. Ook zorgt het voor het in standhouden van de biodiversiteit van het bodemleven.

De metingen vooraf, tijdens en achteraf zullen duidelijk maken of we voldoende organische stof kunnen gaan opslaan. Ik ben heel benieuwd, maar heb er alle vertrouwen in. De maatregelen die ik ga inzetten zijn niet kerende grondbewerking, het zaaien van een groenbemester en het aanleggen van akkerranden.

Ik sta niet afwijzend tegenover Windpark Krammer. Ik vergelijk het wel eens met de ventilatoren voor het drogen van de uien. De eerste nacht stoort dit en de tweede nacht valt het me al niet meer op. Overigens vind ik wel dat er één turbine heel dicht bij de openbare weg staat. Ik heb wel even moeten wennen aan de nachtverlichting, maar ik heb begrepen dat hieraan gewerkt wordt. En fantastisch dat het windpark over een systeem beschikt om bijzondere vogels te sparen.”

Bovengrondse maatregelen
Hierbij gaat het vooral over het aanplanten van bomen. Hiermee wordt de meerwaarde van koolstofbinding ook zichtbaar gemaakt. Het levert een bijdrage aan de biodiversiteit en aan het landschap. Jan: “Ik heb al een stuk of zes hele oude walnotenbomen op mijn erf staan. Het lijkt mij erg mooi als alle deelnemende agrariërs een stuk of drie walnotenbomen op een zichtbare plek op hun erf plaatsen en we daarbij duidelijk maken dat we meewerken aan het opslaan van CO2.”

CO2-compensatie, maar dan lokaal
Steeds meer bedrijven zien de noodzaak van een klimaatneutrale bedrijfsvoering. Sommige zaken zijn echter heel moeilijk te verduurzamen, zoals vliegreizen. In dat geval bestaat de mogelijkheid om de CO2-uitstoot te compenseren. Vaak worden er dan bomen aangeplant in een ander deel van de wereld. Zou het echter niet nog mooier zijn als bedrijven de mogelijkheid hebben om de CO2-compensatie lokaal te organiseren, zoals door koolstofbinding bij een lokale agrariër? Windpark Krammer hoopt met deze pilot aan te tonen dat koolstofbinding werkt, zodat bedrijven het idee kunnen overnemen en er een lokale CO2-kringloop ontstaat.