Burgerparticipatie past niet in aanbestedingswerkwijze Rijksoverheid

De Rijksoverheid gaat 80 eigen locaties benoemen voor het plaatsen van zonne-energie en windenergie, kondigde Minister Wiebes op 15 november aan in een Kamerbrief. Een belangrijke stap vooruit in de Nederlandse energietransitie, waarbij ‘ruimte’ een belangrijke voorwaarde is om de ambitieuze doelen voor 2030 te behalen. De Minister geeft in deze Kamerbrief echter geen duidelijkheid over de wijze waarop burgers en burgercoöperaties betrokken zijn bij deze 80 waardevolle locaties. Sterker nog, de brief benadrukt dat de benoemde locaties via een aanbestedingsproces (een zogenaamde tender) worden toegewezen. Dit betekent in de praktijk dat vooral grote (buitenlandse) investeerders aan de haal gaan met de aangeboden gronden.
windmolen

Een dergelijke ‘tender’ betekent in een markt van energiereuzen doorgaans dat de burgercoöperaties met lege handen achterblijven. Ook nadat zij al het voorwerk hebben gedaan met omwonenden. Zo heeft Zeeuwind samen met Eneco op verzoek van de Provincie en gemeente Terneuzen vanaf 2016 een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden in het concentratiegebied voor wind en zon dat de Provincie had aangewezen in Terneuzen. Alle dorpsraden rondom het concentratiegebied zijn gesproken. Aan bewoners is de toezegging gedaan dat zij mogen participeren, als Eneco en Zeeuwind wind en zon in het gebied mogen ontwikkelen. Helaas besloot de overheid om deze rijksgrond alsnog aan te besteden, waardoor een Groningse groothandel in zonnepanelen de grond in handen kreeg. 
 
Voor Zeeuwind gaat de mogelijkheid om zon en wind te ontwikkelen in dit gebied aan onze neus voorbij, ondanks al ons voorwerk en ondanks onze beloften aan omwonenden. Grotere partijen maken het met hun schaalvoordelen en grotere financiële mogelijkheden in een dergelijke aanbesteding onmogelijk voor kleinere lokale partijen.  Zo vloeien de baten van een lokaal zonnepark of windpark naar de Staatskas (de grondvergoeding) en naar landelijk of internationaal opererende partijen, en niet naar omwonenden. 

Diezelfde overheid streeft echter wel naar 50% coöperatief eigendom van duurzame energievoorzieningen en benoemd steeds vaker het belang van lokale betrokkenheid. In het streven naar de beste prijs voor de rijksoverheidsgronden is echter geen plaats voor burgerparticipatie.  Tegelijkertijd zal tendering ervoor zorgen dat het langer duurt om wind en zon te ontwikkelen,  vanwege het ontbreken van lokale betrokkenheid.  Dit maakt deze duurzame projecten uiteindelijk duurder door proceskosten. 
 
De recente Kamerbrief van Minister Wiebes lijkt van deze aanbestedingswerkwijze de norm te willen maken. Burgercoöperatie Zeeuwind maakt zich dan ook grote zorgen over de toekomstige mogelijkheden voor burgercoöperaties in Nederland om samen met omwonenden en het lokale bedrijfsleven mooie duurzame projecten op Rijksgronden te realiseren.  Deze zorgen heeft Zeeuwind verwoord in deze positiebeschrijving.